5. Motteburcht en waterwerken

In de vroege middeleeuwen (5de tot 10de eeuw), was de motte-burcht nog in gebruik door de Heren van Merksplas.
Een motteburcht is een aarden terp met bovenaan een houten uitkijktoren om de vijand (de Noormannen) zo vroeg mogelijk te spotten. Men lokte de Vikingen dan in een moeras, de diffuse uitstroomdelta van de Goorloop in de Mark. 

Pastoor-pater Van Asten was een man die wist van aanpakken. In 1680 liet hij grote waterwerken uitvoeren. Naast de (nu oude) visvijver liet hij ook nog een snoekengracht graven. Het peil van deze waterpartijen werd geregeld met een sasje en een boomgoot.

Deze techniek wordt ook nu nog gebruikt. Het regenwater van de openbare weg mondt uit in de ringgracht en de oude vijver. Via een overloop wordt eerst de snoeken-gracht en daarna de nieuwe visvijver bevoorraad, die op zijn beurt het teveel aan water loost in de Goorloop.